‘Lesgeven? Ik? Nooit!’

De eeuwige ping-pong:
– ‘Wat studeer je?’
– ‘Taal- en Letterkunde’
– ‘Ah, dan wil je leerkracht worden?’
– ‘Nee, lesgeven is niks voor mij.’

Of de regelmatige reclame voor de lerarenopleiding. ‘Het is maar een jaartje. Zo heb je toch iets achter de hand, ook al wil je niet gaan lesgeven.’

Ik was er steevast van overtuigd: Ik. Sta. Nooit. Voor. Een. Klas. Ik begrijp zelf amper iets van alles. Waarom zou er dan iemand überhaupt naar mij moeten luisteren? Laat staan willen luisteren.

In mijn tweede jaar Zweeds op de universiteit kwam de oproep naar een leerkracht Zweeds voor beginners. Ik twijfelde en meldde mij uiteindelijk te laat. ‘Maar als u dat wenst, houden we uw gegevens bij.’

Fast forward drie jaar en twee masters later, augustus 2017, tussen de vacatures en motivatiebrieven: ‘Onze cursisten “Zweeds op reis” willen graag een vervolgcursus Zweeds volgen. Hebt u nog steeds interesse?’

Na één aangenaam gesprek was het gefixt: ‘Ok, super, Emma. De cursisten zullen ontzettend blij zijn. Op 1 september is er een opendeurdag en in oktober zal de eerste les plaatsvinden.’

Die eerste les. Met mijn zelfgemaakte cursus, een whiteboardstift en knikkende knieën. Niet erg veel zin om een groep van 10 mensen toe te spreken, laat staan in het Zweeds. De ‘wat als’-en die de afgelopen weken door mijn hoofd spookten, vlogen allemaal de deur uit na het eerste kwartier. De buikpijn weg na het eerste mopje. En het zelfvertrouwen vond zijn weg terug na de eerste ‘ah zo is dat’-momenten in de klas.

De fierheid waarmee ik het leslokaal verliet na die eerste maandagavond: ik reed op wolkjes naar huis. Zoals een openbaar examen op de muziekschool perfect spelen, een thesis verdedigen die je rats van buiten kent voor een volle aula of je nieuwjaarsbrief zonder fouten voorlezen.

‘En hoe was het?’ vroeg iedereen, klaar om te beginnen schaterlachen.
‘Leuk’ En de grijnzen werden verwonderde monden.
‘Emma, dat kan niet! Jij wilt helemaal niet lesgeven!’

De lessen die ik gaf waren geen lessen Frans in een derde middelbaar. Geen bende moeilijke pubers maar tien mensen die een passie delen voor Zweden rond een tafel in een muf lokaaltje. Met wat koekjes en af en toe een kopje glögg. Tien mensen die allemaal om een andere reden Zweeds willen leren. De ene heeft er een vakantiehuisje, de andere is fan van metalbands, geobsedeerd door Zweedse series, een kleinkind dat half-Zweeds is, een vriendin uit Göteborg. Of zoals ze zichzelf omschrijven ‘een stel Zweedse nerds’.

Alle tien met hetzelfde doel: Zweeds leren. Zonder vragen, herhaalden ze hun lessen. Zonder zuchten, worstelden ze zich door de grammatica. Zonder moeite, namen ze alles op wat ik wilde delen over het Zweeds.

Vorige week. De laatste les. Mijn cursisten (ja, ik noem ze zo, het zijn die van mij) mochten een spreekbeurt voorbereiden, mochten. Geen verplichting. Toch had iedereen iets voorbereid. De tijd die ze daarin staken, de zenuwen die ze hadden om voor de klas goed te presteren, de gezamenlijke opluchting wanneer iedereen was uitgesproken. Een geweldig gevoel.

Donderdagavond keer ik terug naar de leslokalen voor een eindevaluatie met het afdelingshoofd. En één vraag moet ik daar van mijn cursisten al zeker stellen: ‘Kan Emma ook de volgende reeks Zweeds geven?’

foto: een meer in het Zuiden van Zweden, waarom ook niet

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s