32 uur in Duinkerke

Dus. Vorige weekend was een van de meest gekke uit mijn leven. En wel hierom.

Christopher Nolan, de regisseur van Dunkirk, zou een première organiseren in de stad waar hij zijn film had opgenomen. Twee uur rijden van Antwerpen en op een zondag. Een van mijn favoriete regisseurs zou zo maar voor mijn neus kunnen staan. Toen het gerucht de ronde begon te doen dat hij ook een aantal castleden (lees: Harry Styles) zou meenemen, kreeg ik het idee niet meer uit mijn hoofd.

Op zondag overtuigde ik mijn beste vriendin, mede fan van oorlogsfilms, (ja, ook meisjes vinden dat boeiend) en niet onbelangrijk: eigenares van een auto, om mee te gaan. Woensdag hadden we een hotel en zaterdagochtend vertrokken we.

Met 0,0 verwachtingen want

a) het zijn geruchten, wie gaat er op zondagavond echt naast Nolan staan?
b) het is Harry Styles, en tussen hem en z’n fans kan geen speld.
c) het is met veel volk, dus we moeten tevreden zijn met een glimps van Nolan.

Met die lage verwachtingen, parkeerden we zaterdagmiddag onze auto aan het hotel. Het eerste wat we tegen elkaar zeiden na twee uur autorijden: “Die zeelucht, die Franse auto’s, eigenlijk zijn we op vakantie.” Omdat we werken in de week, maakte dat feit al veel goed. De rode loper en wat komen zou terzijde.

foto2

De eerste dag bezochten we een markt, een kerk en een container met beelden van Operatie Dynamo, de militaire evacuatie uit 1940 die de stad overal tekent. Onze missie die op zondagavond zijn hoogtepunt zou bereiken, begon op zaterdagmiddag. Één tweet en onze hartslag ging voor het eerst de hoogte in: “Er zijn 200 bandjes en er zijn al 200 mensen in de rij.” We wisten dat om 15u toegangsbandjes zouden uitgedeeld worden voor de rode loper. De tweet kwam binnen om 13u04. We gaven de moed al op. Nee, Nolan in het echt zien, kunnen we vergeten. We maken er het beste van voor de rest van het weekend.

Aangekomen in de wachtrij, bleek dat er nog meer dan 500 bandjes waren en we pas nummer 257 en 258 hadden. No worries. We schoven een uurtje aan, achter een 35-jarige Nolan-fan en voor een praatgrage moeder van een Harry-fan. Tussen Dunkerquoises dus. We waren de vreemde eend in de bijt. Zelfs Parijzenaren vonden ze al exotisch in de badstad op een kwartier van de Belgische grens.

Na een uurtje schuiven en het Frans afstoffen, kregen we een gratis poster, een gouden bandje en een A4’tje met mooie kleurtjes en alle informatie voor D-day. Het was vier uur en we konden terug ademhalen. “We zijn er bij. We zijn er fucking bij.” Na een prospectie van de warzone aan de kleine cinema in de haven van Duinkerke, wandelden we met vlinders in de buik richting strand en hotel. We bezochten het FRAC. Een museum van hedendaagse kunst, gebouwd parallel en als een exacte kopie van het gebouw ernaast, een atelier waar jarenlang schepen gebouwd en hersteld werden. Een “amai mijne FRAC” was hier gepast. Vanaf de vijfde verdieping zagen we de mieren over de dijk lopen. De geur van churros en een warm thee’tje met pannenkoeken lokte ons. Na een avondwandeling over het strand, kropen we onder de wol. Er komt nog een laatste tweet binnen, van de stylist van Styles. Hij is geland. “Oké, we zijn zeker. Hij komt.”

Zondagochtend startten we met een uitgebreid ontbijt en een wandeling op het strand. Een strand waar 77 jaar geleden 400.000 Belgische, Franse en Britse soldaten ontsnapten aan de Duitsers en de geschiedenis voor goed veranderde. Terwijl de lijken aanspoelden en de bommen elke vijf minuten in het zand vielen, zwommen tommy’s voor hun leven naar de little ships van Britse burgers. Dagenlang wachtten ze zonder eten of drinken hun lot af.

Op datzelfde strand, zondagochtend, komt heel Duinkerke sporten. De dijk kleurt niet zwart van de uniformen, maar van de joggers. Zandkastelen bouwen, vliegeren of Kubb spelen. Zouden de badgasten enig idee hebben wat er zich op datzelfde zand ooit afspeelde?

Om 14u werden we verwacht aan de rode loper. Met ons gouden bandje mochten we als eerste binnen. We kregen gratis water, er was een rode kruis-post nabij en mobiele toiletten voor de nerveuze blazen. Na drie uur wachten werd het plastic van het tapijt getrokken en liep de rode loper vol met journalisten. De filmmuziek werd extra luid gezet en om 17u45 stipt wandelden Harry Styles, Fionn Whitehead, Tom Glynn-Carney, Jack Lowden en Christopher Nolan naast zijn vrouw Emma Thomas de rode loper op. De verwachtte chaos was geen chaos. Iedere vedette wist perfect wat hij moest doen en de kalmte van hun kant was bewonderenswaardig.

Tom en Jack zijn bijna bij ons, wanneer ze apart worden geroepen voor interviews. “Ik beloof jullie, dat ze straks hier terug starten,” sust een publicist ons. Een leugen blijkt later. Die twee hebben we niet op ons Focus Knack-artikel kunnen verzamelen, Fionn wel. Tussen alle Harry Styles-fans door, die geen interesse hebben in de rest van de cast, feliciteren we Whitehead met z’n film. “We kunnen niet wachten hem te zien.” Hij blijft kalmpjes voor ons staan, aanvaardt de complimenten. We vragen of we een selfie mogen. “Yeah, sure,” zegt de hoofdrolspeler met een rustig gezicht. Hij zet de grootste grijns op terwijl we een foto nemen over de hoofden van de Harry-fans. Fionn dankt ons en wij hem, en hij zet zijn tocht verder.

Even later komt de man van de avond Christopher Nolan voorbij. Nadat hij ons op een handtekening trakteert, waag ik het erop: “So, Inception, was it a dream in the end?” Iedereen rondom ons houdt zijn adem in. “I can’t answer that!” lacht hij in onze richting, “But that’s a great question.” Plots duiken er hier en daar nog Nolan-fans op. Alsof ze zich eindelijk boven de massa tienermeisjes durven uitsteken. “I love your work!” “Thank You for the Batman movies!” De zorg dat er enkel boyband-fans aanwezig zijn, ebt weg terwijl we nagenieten van ons momentje met een Oscar-nominee.

We moeten het toegeven, Harry Styles is een abnormaal knappe verschijning. Een verschijning die de meisjes rondom ons letterlijk doet flauwvallen, luidop doet huilen en hun tong doet verliezen. Hij staat plots voor ons en ik raap al mijn moed bijeen om iets anders dan “I love you” te zeggen. Terwijl zijn ogen gefixeerd zijn op de albums en posters die hij als een robot tekent, zeg ik: “We’re excited to hear you on the Breakfast Show tomorrow!” Net wanneer hij de woorden Breakfast Show hoort, kijkt hij op. Recht in mijn ogen. “Huh, what?” Ik stamel nog iets naar de frons op zijn voorhoofd, maar krijg er niets meer uit. Dan is hij weer vijftig handtekeningen verder. Mijn hart slaagt een slag over in die milliseconde en met de kreten om hulp worden we direct terug in de echte wereld gekatapulteerd. Links van ons is een meisje flauwgevallen en zijn er twee aan het hyperventileren. Rechts van ons staan ze met hun handen voor hun ogen, tranen met tuiten te huilen. Wij twee? We kunnen onze big smile niet wegsteken. “Oké, die man is te knap om echt te bestaan.”

Op roze wolkjes wandelen we richting auto. Het besef komt pas een uur later, wanneer we de radio opzetten en Harry Styles horen zingen. “Hij heeft ook in mijn ogen gekeken, ik denk omdat ik als enige geen smartphone vasthield, omdat ik niet aan het gillen was misschien.” “En Nolan vond mijn vraag great, de regisseur van Interstellar en de drie Batmanfilms.” Gek is het enige woord dat dit weekend kan omschrijven. Maf. Absurd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s