Je hoeft niet alles te delen.

Mijn eerste twee weken zonder smartphone zitten erop. Om eerlijk te zijn heb ik niet echt veel drastische afkickverschijnselen vertoond. Ik behoor tot de categorie van gelukzakken die paas’vakantie’ (lees: blok) hebben, dus ik moest de deur amper uit, mijn laptop was daarom ook meteen mijn beste vriend de afgelopen veertien dagen.

Zonder smartphone als afleidingsmanoeuvre, vindt je toch nog steeds andere manieren om je bezig te houden op dode momenten. Toen ik in de wachtzaal van de tandarts zat, kon ik niet even snel mijn mails checken of een tweet posten over hoe lang het weeral duurt, dus heb ik mij kunnen verdiepen in de roddelblaadjes. Moest ik mijn smartphone nog wel hebben, had ik nooit geweten dat Ben Segers is opgenomen in een psychiatrische instelling en dat Trischa en Ignace weer ruzie hebben gemaakt. De afgelopen weken deden zich nog enkele duim-draai-momenten voor waarop ik anders gewoon meteen naar mijn smartphone zou grijpen. Ik oefen deze weken voor mijn rijexamen en wanneer vadertje-rijinstructeur even een boodschap moet doen, zou ik als chauffeur die 5 minuten gewoon op mijn smartphone beginnen tokkelen. Ik probeerde nu gewoon stil te zitten wachten. Dat lukte niet echt maar godzijdank kon ik de radio opzetten. Toen ik afgelopen weekend in Plopsaland in de rij aan het aanschuiven was, zou ik ook meteen mijn smartphone hebben bovengehaald, of ook op de trein daarheen. Mijn drie jaar jonger gezelschap had nog wel een smartphone bij de hand. Op de trein besefte ik maar al te goed hoe het voelt om in het gezelschap te zijn van iemand die de hele tijd naar een scherm zit te staren, gelukkig mocht ik meekijken naar een of andere dom spelletje tijdens de lange treinrit. Toen we effectief in de wachtrijen stonden aan te schuiven, lieten we die smartphone in de rugzak zitten en konden we eens goed bijpraten of lachen over de afgelopen attracties, plannen maken voor die dag of fangirlen over K3. Roddelblaadjes, radio luisteren, gewoon even van de stilte genieten of een gezellige babbel, het zijn allemaal dingen die even leuk zijn of zelfs leuker dan naar een scherm staren. Een goeie mop werkt trouwens beter in het echt dan via een scherm.

Voordelen alom met een dumbphone en bovendien gaat je batterij ook langer mee! Je kan hem vier of zelfs vijf dagen gebruiken zonder je druk te maken of hij de rest van de dag nog haalt. Zelfs met nog maar één blokje geraak je een hele dag door. Bovendien gaat de snelste communicatie nog steeds via een telefoonlijn, daarop moet je geen uren wachten of een wifi-wachtwoord opgeven. In mijn no-smartphone-verklaring van twee weken terug zei ik ook dat ik minder met mijn ipod zou rondlopen. Mijn woon-school-verkeer was deze periode niet-bestaande, dus het was daarom deze weken niet van toepassing. Wel wanneer ik even voor een boodschap de fiets nam. Tot mijn stomste verbazing lukte het om mijn ipod dan gewoon thuis te laten. Spijtig genoeg was de zon onweerstaanbaar deze dagen en kon ik mijn loopschoenen niet meer in de kast laten liggen. En lopen, dat kan ik niet zonder muziek of moet ik zeggen zonder Evy (Gruyaert). Zij vertelt mij wanneer ik moet lopen en wandelen en haar (soms echt wel slechte) muziekkeuze houdt mij overeind. Wat ik wel leuk vond aan het lopen deze twee weken was het feit dat ik niet met zo’n zware smartphone op mijn arm moest sjouwen. Wanneer ik ga lopen, neem ik mijn identiteitskaart en smartphone in zo’n fancy armband-zakje mee. Zo kan ik achteraf zien hoeveel km ik heb gelopen en dat trots delen met al mijn volgers. Deze weken liet ik mijn smartphone thuis en schreef ik veiligheidshalve mijn naam op mijn arm. Met die last van mijn schouder, of eerder gezegd van mijn bovenarm, kon ik vrijer lopen. Ik moest niet persé genoeg kilometers doen, want ik zou het achteraf toch niet weten en ik zou het ook niet kunnen delen. Tijdens een van mijn stretch-momenten vorige week kwam mij ineens iets te binnen geschoten. „Je moet niet alles delen, Emma.” En dat is waar. Eerlijk waar, wie is er nu geïnteresseerd in het aantal km’s dat ik heb gelopen, wat voor lekker gerechtje ik voor mijn neus heb staan, wat ik doe op mijn vrije dag, welke groep ik deze keer weer live heb gezien, wat voor schoenen ik net heb gekocht. Je moet niet alles delen. Sommige dingen kan je beter voor jezelf houden en op het juiste moment delen met een echt persoon, die tegenover jou zit, in real life.

Ik heb twee foto’s op instagram gepost. Soms zie ik beelden, composities, waarvan ik dan graag een foto wil nemen. Deze week was dat in een tankstation. Vadertje-rijinstructeur was aan het tanken en ik zat achter het stuur te wachten (luierik). Ik kon het niet laten om met zijn smartphone een foto te nemen en die op instagram te plaatsen.
Het onhandige aan geen smartphone-fototoestel bij de hand te hebben is dat je zeker een fototoestel moet meenemen ook al weet je niet of er een foto-moment zal komen. Gelukkig had ik al een vermoeden dat in Plopsaland een fototoestel toch wel handig zou zijn. We hebben hier thuis nog zo’n kleine digitale camera liggen en die had ik de dag voordien flink opgeladen. Ik moet zeggen dat die veel sneller werkt dan de camera van mijn smartphone en de foto’s zijn van betere kwaliteit. Een van die foto’s heb ik dan ook online gezet. Daarvoor heb ik mijn smartphone niet moeten opstarten, nee, op een tablet heb je namelijk ook een instagram-applicatie. Het is een heuse omweg, dat geef ik toe, maar ik kon het niet laten. Die tablet heb ik deze weken ook meer dan ooit gebruikt! Ik ben een fervent twitterraar en het gebeurt wel eens dat ik livetweets publiceer tijdens het tv-kijken. Deze week zat ik dus vaak met een tablet of zelfs met een laptop in de zetel. Het aantal gepubliceerde tweets op mijn account is deze week echter enorm gedaald. Waar ik ook blij mee ben. Want je moet niet alles delen. Met een smartphone kan je vrij snel een tweet tokkelen eender waar je bent en die onmiddellijk publiceren, dat doe je niet zo snel met een laptop of een tablet. Die kan je namelijk moeilijk meenemen naar de Delhaize om er dan van tussen de rekken een klachten-tweet mee te sturen.

Een van de meest gemiste dingen deze week was toch wel mijn ingebouwde GPS. Toen ik zaterdag in Antwerpen was, kon ik niet de snelste route vinden van hot naar her. Om de weg in De Panne te vinden, moest ik vertrouwen op mijn geheugen dat de avond voordien het plan had gezien. Ik kon ook niet even snel de bus- en treinuren controleren op mijn eigen scherm maar moest me daarvoor richten tot die van de NMBS en De Lijn. Behalve de GPS vind ik het toch ook wel jammer dat ik de oh zo boeiende emoji’s van andere smartphone-gebruikers niet kan lezen. Zo’n witte vierkantjes doen mijn nu niet zoveel.

De afgelopen veertien dagen waren alvast leuk, ik kan die kleine gsm zomaar in mijn broekzak steken en het is ook gewoon veel handiger dan zo’n logge grote smartphone. Maar zoals ik al zei ben ik deze week amper buiten gekomen, dat zal zeker en vast niet het geval zijn voor de volgende veertien dagen. Van Gent naar Brussel naar Gent naar Antwerpen naar Gent terug naar huis in de eerste week alleen al en dat zonder mijn GPS-camera-mc-gyver-toestel, een uitdaging die ik graag aanga!

Tot in deel twee!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s