De donkere dagen zijn hier.

Hejsan!

Oei, nu moet ik toch even hard nadenken. Wat is er allemaal gebeurd in de afgelopen twee weken?

Het cottage-weekend, laten we daar mee beginnen!

Met zo’n 49 andere internationals heb ik het laatste weekend van oktober doorgebracht in het godvergeten Höör. (Weetje! Vroeger schreef men op de envelop här ‘hier’ wanneer die naar een adres moest in dezelfde gemeente. Veel brieven belanden in Hör omdat de postbodes Här en Hör niet zo goed konden onderscheiden. Op een gegeven moment vond de bevolking van Hör dat ze nu wel genoeg verkeerde brieven hadden gekregen en voegden een extra ö aan hun naam: Höör.)

Höör ligt aan een groot meer, dat we ook in het begin van het jaar hebben bezocht (flashback naar mijn eerste uitstap in de Skånse natuur). Op vrijdagavond namen we de bus richting ons cottage en nadat we allemaal waren geïnstalleerd, nam iedereen zijn ribbekes, hamburgers of braadwursten boven en kon het feest beginnen. En eerlijk gezegd heeft dat feest 3 dagen geduurd. Er was een sauna die dag en nacht gebruikt werd, genoeg snacks, deftig eten en gelukkige mensen. Na de leuke eerste avond, hebben Marlis en ik de zaterdag al hike’end doorgebracht. De tweede avond was iets minder vrolijk, iedereen was al wat vermoeid en op een gegeven moment deed de wateraansluiting moeilijk. Maar toen de vriendelijke huisbaas de kranen terug kwam opendraaien en iedereen over zijn vermoeidheidsgrens heen was, kon ook de tweede avond van start gaan, die een uur langer duurde dan normaal, omdat we van zomer naar winteruur gingen. Zondagochtend werd de cottage in verschillende delen opgedeeld en mocht iedere slaapzaal een deel voor zijn rekening nemen en kuisen. De bus was een uur te vroeg (die was waarschijnlijk zijn klok vergeten verzetten) maar geen erg! Zo waren we een uur vroeger thuis om te slapen, te douchen en de was te doen.

De week daarop gebeurde er niet zo veel, ik heb een betere grip gekregen op het onderwerp van mijn bachelorpaper en heb mijn Frans eens goed onder handen genomen. Op dinsdag was het Swedish Lounge met een halloween-thema en nadien ben ik met mijn Noorwegen-reizigers gaan eten om de planning te overlopen.

Woensdag heb ik mij aan de Franse tafel gezet in het Multilingua Café. De eerste stoflaag is er ondertussen al af, maar er staat nog steeds een bos haar op mijn français. Na die Franse avond, ben ik naar mijn tweede thuis getrokken: Wermlands. Daar had ik afgesproken met Chelsea voor een goed(kope)e maaltijd en er was die avond ook een repair, reuse, recycle-café. Ik nam de kans om mijn slot te laten maken en Chelsea liet even naar haar fiets kijken. Want daar zijn de Wermlands-vrienden voor: gratis herstellingen en goed eten.
Omdat ik het Halloween-weekend door zou brengen in Noorwegen, moest ik nej tacka voor al de halloween-feestjes-uitnodigingen. Gelukkig hadden enkele van mijn mentors een pre-halloween party georganiseerd. Last minute heb ik een kostuum in elkaar ge-taped (zie foto). Het feestje was een beetje een flop, maar veel had ik er ook niet van verwacht. Ik was blij dat ik mijn mede-mentees nog eens heb kunnen zien en moest de volgende dag toch om half negen aan het station staan, dus een rustige avond was geen ramp.

Vrijdagochtend, half negen, begon ons Noors avontuur. Derek, Janika en ik namen de trein richting Copenhagen-airport. Na het inchecken werd onze vlotte reis al meteen onderbroken door de CPH-security. Derek had een zakmes in zijn handbagage en dat mocht niet. Na een verhoor en een aangifteformulier werd zijn zakmes geconfisqueerd en mochten we doorgaan naar onze gate. Deze bevond zich helemaal op het einde van de luchthaven en ik denk dat dit moment mij nog jaren zal bijblijven: In een absoluut verlaten hal raceten we tegen de klok naar onze B16-gate terwijl de speakers door heel de terminal luidkeels melden dat we ons moesten haasten. “Last call for passengers Derek Chartier, Janika Mappe and Emma Vierbergen. Gate B16, gate is closing.” Toen we ons in onze stoel lieten vallen, barsten we in lachen uit. Onze Noorse buurman kon er ook mee lachen, maar de blikken van de overige passagiers spraken andere boekdelen. Nog geen halve minuut later, steeg het vliegtuig op.

Toen we in Bergen aankwamen, onze bagage hadden opgepikt, de vliegbus hadden genomen, verloren waren gelopen en uiteindelijk ingecheckt waren, begonnen we aan onze beklimming van Fløyen. Een van de vele bergen die Bergen omringt. Op die populairste berg was er een kabelbaan (die ook gebruikt werd als openbaar vervoer voor de B/bergen-bewoners). Toen we aan het laatste station afstapten, konden we onze ogen niet geloven. Het uitzicht was fantastisch, bijna zoals in een sprookje. Een kwartier gapen later trokken we de bossen in, de berg op, richting mooiere uitzichten. We zijn op enkele mini-watervallen gestoten en hebben ook een verlaten skioord gevonden. Toen we terug aan het panorama-punt kwamen, was de zon al verdwenen en de hele stad lag fonkelend aan onze voeten. Iedereen werd er stil van.

Het weer in Bergen is nogal nat. En dat is zo bijna elke dag van het jaar. Bergen heeft een record van 16 opeenvolgende droge dagen. Maar de meeste dagen van het jaar regent het en ook die ene dag dat wij er spendeerden stond de teller op 95% kans. We hadden ons voorbereid op dit weer en hoopten dat het de sfeer niet zou bederven, maar eigenlijk merk je niets van die regen. De pracht en gezelligheid van Bergen deed al die nattigheid al snel vergeten. Zaterdagochtend checkten we uit om half acht en wandelden we op onze dode gemak naar het treinstation. Daar stond een regionale trein te wachten op ons, we stapten op en reisden naar Dale, waar een bus ons verder bracht naar Voss. Wij waren weer de lucky birds die dit parcours moesten afleggen omdat er werken waren tussen Dale en Voss. In Voss stond dan toch de Bergen Railway-trein klaar voor vertrek. Het hele gebeuren had een hoog Polar Express-gehalte (de conducteur maakte enkele kindjes blij met een mooie knip-tekening in hun kaartje). We hebben voor zo’n zeven uur lang op de trein gezeten en zijn tot in de hoogste toppen van Noorwegen gegaan: fjorden, watervallen, uitgestrekte meren en bergtoppen bedekt met sneeuw. Terwijl het in de trein zelf gezellig warm was (je kon zelfs een natje en een droogje kopen in de restaurant-wagon), konden we op het scherm lezen dat het buiten amper 1 graad was en hoe hoog we feitelijk zaten. We waren met z’n driën zo moe, dat we eigenlijk liever die zes uur wilden slapen, maar we wilden ook geen seconde missen van het uitzicht. Toen de spannende sneeuwlandschappen met hun typische kerstbomen weer veranderden in saaie plattelandsbeelden, konden we toch een uurtje onze ogen sluiten. Maar zodra de conducteur aankondigde dat we Oslo naderden, gierden de zenuwen al door onze lijven: Oslo, dé hoofdstad van Noorwegen, eindelijk waren we weer in de beschaafde wereld!


Oslo was in drie woorden: duur, koud en nat. Maar ook wel heel mooi en zoals elke grote stad: vol cultuur. We hebben op zaterdagmiddag een korte rustpauze genomen na de treinrit en zijn dan richting het toeristische centrum getrokken om daar wat gebouwen te spotten. Toen het donker begon te worden (rond vier uur ongeveer) klommen we op het Operahuset om Oslo vanuit de hoogte te bekijken. We waren het er alle drie over eens: Bergen was tien keer beter. No offense, Oslo, maar die lelijke kantoren en bouwwerven die je daar hebt staan, zijn echt niet de moeite om te fotograferen.

De volgende ochtend dropten we onze luggage in de luggage-room en genoten we van een heerlijk ontbijt in de Zweedse versie van Starbucks naast ons hotel. Waterflesjes gevuld, muts, sjaal en handschoen aan, startten we onze dag met een wandeling richting het Vigelandpark. Daar had meneertje Vigeland een paar (200) beelden neergezet. Buiten de beelden konden we nog veel andere toeristen zien en op die zonnige zondagmiddag waren er veel Noren aan het joggen in het park. Die Scandinaviërs doen hier niets anders op een zondag. Ook hier in Lund gaat elke student op zondag lopen. Behalve dan de internationals, die kijken dan altijd vreemd op naar de Zweden in hun yoga-pants. Enfin, na dat zonnige parkbezoek, trokken we richting haven om een kasteel te bezichtigen. De Oslo-fjorden zagen er zo aanlokkelijk uit vanuit het kasteel en dus sprongen we op een van de “tour of the Oslofjords”-boten. Voor de komende twee uur hebben we alle vakantiehuisjes, villa’s, boten en privé-eilanden van de rijke Noren gespot. Er waren dekentjes voorzien voor wie buiten wilde zitten en binnenin de boot was het zo warm dat Janika en ik een heel deel hebben bijgeslapen. Derek daarentegen heeft de hele twee uur achteraan op de boot gezeten, hij is zot van Fjorden en heeft de geheugenkaart van zijn camera tot aan het randje gevuld.


Na de boottocht, wandelden we terug richting hostel om onze bagage op te pikken en dan op de trein te stappen richting luchthaven. We kochten een goedkoper ticketje, een voor de regionale trein, maar stapten per ongeluk op de express-trein (die dubbel zo duur was). Toen we aan de luchthaven aankwamen zaten we vast in een valstrik. Tussen ons perron en de deuren van de luchthaven waren poortjes geïnstalleerd waar je je express-ticket moest scannen om door te kunnen. Verbaasde blikken, pruillippen en een kleine traan konden de conducteur overtuigen om ons zonder boete door te laten. Dit maal waren we twee uur te vroeg in de luchthaven en uit voorzorg gingen we ook maar meteen langs de security. We deden onze laatste kostbare Noorse kronen op aan snacks en wachtten in spanning op onze vlucht huiswaarts. Alles verliep vlot en na het afscheid van mijn reisgenoten voor het station van Lund, nam ik de bus naar huis. Ja, Lund begint stilaan als thuis aan te voelen. Zeker na zo’n reis.
De dag daarop begon mijn nieuwe cursus: “De verscheidenheid van de talen in de wereld”. Ik was er niet van op de hoogte dat deze cursus in het Engels zou worden gegeven en dat de helft van de klasgroep internationale studenten zouden zijn (inclusief mijn Gentse collega’s). Wel ja, het is nu eenmaal zo, gelukkig is de leerstof interessant genoeg. Dinsdag was het weer Swedish Lounge en het thema was ‘rare woorden in het Zweeds’. Ik moet zeggen dat ik in die Swedish Lounge-avond heel veel heb bijgeleerd, zoveel uitspraken en rare woorden die ik nog niet kende! En ook zoveel spreekwoorden die bijna volledig hetzelfde zijn in het Nederlands, het Zweeds en het Duits. (Maar dat is ook logisch, want dat zijn allemaal Germaanse talen, weet ik nu dankzij mijn nieuwe cursus.)

Woensdag had ik mijn tweede les, die net zo spannend was als de vorige. Na die les, heb ik mij in de bibliotheek eens verdiept in de Språk-tijdschriften op zoek naar artikels voor mijn bachelorpaper en toen ik zo’n 100 exemplaren had doorbladerd was het alweer tijd voor Café Multilingua. Ik heb deze week weer voor de Franse tafel gekozen en heb mijn Frans kunnen oefenen met een stel Zweden, Amerikanen, Uruguezen en een paar verdwaalde Fransmannen. Ook Paulina, waarmee ik de vorige avond nog het spreekwoord ‘Het kind met het badwater weggooien’ had besproken, kwam aan de tafel zitten. We waren beiden even verbaasd over onze Franse kennis.
Op het einde van de avond, verhuisde ik toch nog even naar de Zweedse tafel om mijn oude Café Multilingua-vrienden te begroeten. Victor zei me dat hij had gezien op facebook dat ik de Wermlands fotografie-kamer gebruik en hij vroeg of hij mee kon de volgende dag. Zo gezegd, zo gedaan en de donderdagavond, vijf uur stipt stonden Mao, Victor en ik in de donkere kamer. Ik heb voor het eerste mijn eigen rolletje film ontwikkeld. In het pikdonker een tinne blikje openmaken en de filmrol op een spoel draaien was niet simpel, maar toen we na een half uur agiteren en spoelen, de negatieven terug afrolden. Sprongen we met z’n alle een halve meter in de lucht. Mao, Victor en ik zijn namelijk absolute beginners beginners en wisten absoluut niet of we wel 100% goed bezig waren. Victor was reuzeblij om eindelijk een paar mensen te hebben gevonden in Lund, die net zoals hem geïnteresseerd zijn in (analoge) fotografie. Hij had alles over analoge fotografie gelezen en bekeken op youtube maar had tot donderdagavond nog nooit zelf een foto ontwikkeld. Zijn indruk was dezelfde als die van mij, toen ik mijn eerste foto printte: dit is pure magie!

Vrijdag, vandaag, heb ik mij nog wat uitgeziekt, mijn teksten gelezen tegen maandag en mijn was gedaan. Ik heb ook een poging tot shoppen ondernomen, maar de prijzen deden mij al snel terug huiswaarts keren.
Mijn concentratiepijl lag vandaag beduidend laag en dat is niet zo verwonderlijk want morgen komen mijn ouders en zus op bezoek! Zij zijn superbenieuwd naar mijn kamer en wat ik zoal ontdekt heb hier in Lund en ik kan natuurlijk niet wachten om hen alles te laten zien! Hopelijk hebben ze wat Belgische chocolade meegenomen, dan kan ik hen wat échte Zweedse kanelbullar in ruil geven.

PS: Zodra mijn analoge foto’s geprint en ingescand zijn, zet ik ze in een van de volgende blogposts. SPANNEND!
PPS: De titel verwijst naar de hoeveelheid licht in de dag, die beduidend minder wordt. ’s Ochtends heb ik nog genoeg licht  om te ontbijten in de keuken zonder de lichten te hoeven aansteken, maar vanaf vier uur in de namiddag begint het al donker te worden. Als je om half vijf naar de winkel fietst, is het al pikdonker. Dit is nog maar het begin van de donkere tijden en iedereen heeft er een beetje last van, zelfs de échte vikings lopen er wat somber bij. Daarom misschien dat de winkels nu al vol liggen met adventskalenders: dat ene lichtpuntje in de duisternis komt dichter en dichter: Kerstmis.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s